Uitspraak
OVERWEGINGEN
aanmerking gebracht voor een WW-uitkering, berekend naar een dagloon van € 57,86.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker was in dienst bij een voormalige werkgever en diende een aanvraag in voor een WW-uitkering. Het UWV kende de uitkering toe op basis van een dagloon exclusief niet-uitbetaalde overuren. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze berekening, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel.
Verzoeker stelde vervolgens een voorlopige voorziening te willen treffen om alsnog een WW-uitkering te ontvangen die ook de overuren omvat. De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van onverwijlde spoed, waarbij het financiële belang centraal stond.
Verzoeker kon niet aannemelijk maken dat hij in een acute financiële noodsituatie verkeerde. Hij overhandigde geen bewijsstukken over zijn vermogenspositie of schulden, noch over een afgewezen bijstandsaanvraag. Ook bleek dat hij sinds april 2018 bij familie en vrienden verbleef, wat geen broodnoodsituatie impliceert.
Daarom concludeerde de voorzieningenrechter dat het spoedeisend belang ontbrak en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.