Uitspraak
17.4823 WAO
OVERWEGINGEN
16 november 1992. Daarvan is niet gebleken.
Centrale Raad van Beroep
Appellant meldde zich ziek na een verkeersongeval in 1991 en kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend, die later in 1992 werd ingetrokken wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. In 2015 verzocht appellant om heropening van zijn dossier en herbeoordeling van zijn aanspraak op WAO, stellende dat er sprake was van nieuwe medische inzichten en diagnoses zoals PTSS en ernstige osteoporose.
Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding gaven om terug te komen op het eerdere besluit. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat de ingebrachte medische stukken betrekking hadden op een periode na het intrekkingsbesluit en dat de psychische klachten pas later waren ontstaan.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de latere diagnose en hedendaagse inzichten wel degelijk nieuwe feiten vormden. De Raad oordeelde echter dat nieuwe feiten bij aanvraag of bezwaar moeten worden vermeld en dat stukken die pas in beroep zijn ingediend buiten beschouwing blijven. Tevens concludeerde de Raad dat de medische informatie geen aanwijzingen gaf dat de beperkingen ten tijde van het intrekkingsbesluit reeds bestonden.
De Raad vond het bestreden besluit niet evident onredelijk en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot heropening van de WAO-uitkering wordt afgewezen.