ECLI:NL:CRVB:2019:2256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig medisch onderzoek en passendheid functies bij WIA-herbeoordeling
Appellante, voormalig begeleidster gehandicaptenzorg, meldde zich in 2011 ziek vanwege psychische klachten en ontving een WGA-uitkering. Na een herbeoordeling door het UWV in 2015, inclusief psychiatrisch onderzoek door Van der Meer, werd vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en haar uitkering per 2016 beëindigd.
Appellante maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, stellende dat het medisch onderzoek onvoldoende rekening hield met haar langdurige GGZ-behandeling en complexe gezinssituatie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies passend zijn.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere beoordeling. De Raad concludeerde dat het psychiatrisch onderzoek gedegen en goed gemotiveerd was, dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst adequaat waren vastgesteld en dat de belastbaarheid van appellante passend was ingeschat.
De Raad benadrukte dat de Wet WIA zich richt op de medische beperkingen van de betrokkene zelf en niet op de belasting door de gezinssituatie. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het UWV-besluit tot beëindiging van haar WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.