ECLI:NL:CRVB:2013:2328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J.S. van der Kolk
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft zich ziek gemeld vanwege progressieve pijnklachten en psychische klachten, waaronder fibromyalgie en depressie. Het UWV stelde vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt, waardoor geen recht op een WIA-uitkering bestaat. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het besluit van het UWV op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag berustte.
In hoger beroep stelde appellante dat zij ernstiger beperkt is dan aangenomen, mede vanwege haar psychische klachten en de zienswijze van haar behandelend psychiater. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts en de arbeidsdeskundige, die concludeerden dat appellante op de peildatum in staat was om passende werkzaamheden te verrichten.
De Raad verwierp het verzoek om een deskundige te benoemen en oordeelde dat de zienswijze van de psychiater, die activiteiten als huishouden en zorgen voor haar kinderen als zwaar beschouwde, niet binnen het beoordelingskader van de Wet WIA valt. Ook de latere ziekmelding in 2013 leidde niet tot een ander oordeel over de situatie op de peildatum. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en appellante heeft geen recht op een WIA-uitkering.