ECLI:NL:CRVB:2019:2319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inlevering dienstauto aan politiehondengeleiders en gebruik privéauto
Appellanten, politiehondengeleiders, voerden in hoger beroep aan dat het besluit om hun dienstauto in te leveren en hen te verplichten de privéauto te gebruiken in strijd is met hun eigendomsrecht en arbeidsomstandigheden.
De Raad oordeelt dat artikel 8 van Pro de Regeling voorzieningen hondengeleiders politie niet voorschrijft dat alleen een privéauto mag worden gebruikt, maar enkel het autovervoer regelt. Het dienstautobeleid en de tijdelijke overgangsregeling beperken het gebruik van dienstauto's, zonder uitzondering voor hondengeleiders. De overgangstermijn van zes jaar was op 1 januari 2018 verstreken.
De inmenging in het eigendomsrecht is gerechtvaardigd op grond van artikel 27 Politiewet Pro 2012 en is proportioneel, mede door de geboden compensatie in tijd en geld. Het woon-werkverkeer met de diensthond wordt niet als arbeidsplaats of arbeidsmiddel aangemerkt. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de appellanten moeten hun dienstauto inleveren en de privéauto gebruiken.