ECLI:NL:CRVB:2019:2320
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Geen ingebrekestelling door vermelding 'herinnering' in bezwaarschriften en aanvragen
Appellante heeft meerdere malen bezwaar gemaakt tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp en verzocht om uitbetaling van dwangsommen wegens het niet tijdig beslissen op haar bezwaarschriften en aanvragen. Op diverse kopieën van brieven en ontvangstbevestigingen heeft zij het woord 'herinnering' geschreven en deze afgegeven bij het gemeentehuis.
Het college heeft in verschillende besluiten dwangsommen toegekend, maar steeds niet de maximale bedragen die appellante vorderde. Het college kwalificeerde de stukken met de vermelding 'herinnering' niet als ingebrekestellingen in de zin van artikel 4:17, derde lid, Awb. De rechtbank heeft de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond verklaard.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat deze stukken wel als ingebrekestelling moeten worden aangemerkt. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat een ingebrekestelling duidelijk moet maken dat het bestuursorgaan wordt gemaand alsnog een besluit te nemen. De enkele vermelding 'herinnering' en de opmerking dat nog geen beslissing is ontvangen, voldoen hier niet aan.
Daarom worden de aangevallen uitspraken van de rechtbank bevestigd en worden de hoger beroepen ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de vermelding 'herinnering' niet als ingebrekestelling geldt en wijst de hoger beroepen af.