ECLI:NL:CRVB:2019:3548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning dwangsom wegens ontbreken ingebrekestelling bij bezwaar bijzondere bijstand
Appellante had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor bijzondere bijstand. Zij stuurde een brief met de vermelding 'herinnering', waarin zij het college aanspoorde te beslissen. Het college besloot het bezwaar tijdig en wees het verzoek om een dwangsom af wegens het ontbreken van een geldige ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelde dat de brief met 'herinnering' niet volstaat als ingebrekestelling in de zin van artikel 4:17 Awb Pro, en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat de enkele vermelding 'herinnering' onvoldoende is om het college in gebreke te stellen.
Daarnaast stelde de Raad vast dat het college tijdig had beslist en dat de wettelijke voorwaarden voor het toekennen van een dwangsom niet waren vervuld. Ook werd het gebrek in het besluit gepasseerd omdat appellante hierdoor niet benadeeld was. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd omdat de 'herinnering' niet als ingebrekestelling geldt en geen dwangsom verschuldigd is.