ECLI:NL:CRVB:2019:2345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering WIA-uitkering na auto-ongeval met nek-, schouder- en rugklachten
Appellante, een voormalig accountmanager buitendienst, viel uit wegens nek-, schouder- en rugklachten na een auto-ongeval in maart 2012. Het UWV weigerde aanvankelijk haar WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Zowel de rechtbank als het UWV handhaafden dit besluit na bezwaar en beroep.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en onvoldoende rekening werd gehouden met haar psychische en lichamelijke klachten, waaronder PTSS en schildklierproblemen. Tevens betwistte zij de geschiktheid van de geselecteerde functies en de vaststelling van haar maatmanloon en inkomenseis.
De Centrale Raad oordeelde dat het UWV het eerdere besluit niet langer handhaafde en vernietigde het vonnis van de rechtbank. Het medisch onderzoek werd als zorgvuldig beoordeeld, waarbij de verzekeringsarts zowel lichamelijk als psychisch onderzoek had verricht. De arbeidskundige beoordeling en de inkomenseis werden eveneens als juist beoordeeld. Het verzoek tot inschakeling van een deskundige werd afgewezen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard tegen de eerste besluiten, maar het beroep tegen het laatste besluit werd ongegrond verklaard.
Het UWV werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellante en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard tegen eerdere besluiten en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd, het beroep tegen het laatste besluit wordt ongegrond verklaard.