ECLI:NL:CRVB:2019:2352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor alternatieve functies
Appellant, voormalig loodgieter/CV-monteur, meldde zich ziek met rug- en psychische klachten en ontving ziekengeld. Na een eerste beoordeling in 2013 werd vastgesteld dat hij geen recht meer had op ziekengeld omdat hij geschikt was voor andere functies. In 2015 werd opnieuw vastgesteld dat appellant geschikt was voor arbeid, namelijk functies geselecteerd bij de eerste beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV ongegrond, omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep en een onafhankelijke psychiater concludeerden dat appellant ondanks zijn klachten geschikt was voor ten minste één van de geselecteerde functies. Appellant bracht geen nieuwe medische gegevens in die dit oordeel konden weerleggen.
In hoger beroep voerde appellant soortgelijke gronden aan als eerder, maar de Raad volgde de rechtbank en het UWV. De Raad oordeelde dat de fysieke en psychische klachten voldoende waren meegewogen en dat appellant met ingang van 9 november 2015 in staat was tot arbeid. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op ziekengeld wordt beëindigd per 9 november 2015.