ECLI:NL:CRVB:2019:236
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens geschiktheid voor geselecteerde functies ondanks ASS
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering vanaf 28 augustus 2013, omdat hij geschikt werd geacht voor ten minste één van de geselecteerde functies. Appellant stelde dat zijn beperkingen door moeheid en psychische klachten, waaronder een ernstige depressieve stoornis en persoonlijkheidsstoornis, verdergaand waren dan aangenomen.
Het UWV stelde dat appellant een autisme spectrum stoornis (ASS) heeft en minder beperkt is dan door appellant werd gesteld. De Raad liet een onafhankelijk deskundigenonderzoek uitvoeren, dat concludeerde dat appellant weliswaar verdergaand beperkt is op bepaalde aspecten, maar dat deze beperkingen geen belemmering vormen voor het vervullen van de geselecteerde functies.
De Raad oordeelde dat het deskundigenrapport goed gemotiveerd en begrijpelijk is en dat de bezwaren van appellant onvoldoende zijn om het oordeel van de deskundigen te verwerpen. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV wordt bevestigd dat appellant geschikt is voor ten minste één van de geselecteerde functies en geen recht heeft op WIA-uitkering vanaf 28 augustus 2013.