Appellant ontving bijstand en had inkomsten uit werkzaamheden die niet zelf werden gemeld aan het college van burgemeester en wethouders van Haarlem. Het college legde een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting, gebaseerd op een te hoog vastgesteld benadelingsbedrag en met toepassing van recidive. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat appellant wel degelijk de inlichtingenverplichting heeft geschonden, maar dat het college het benadelingsbedrag ten onrechte bruto in plaats van netto heeft vastgesteld en onterecht recidive toepaste. Het netto benadelingsbedrag bedraagt €563,78, en de boete wordt vastgesteld op 50% hiervan, zijnde €281,89.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraak en het boetebesluit voor zover het de hoogte van de boete betreft, stelt de boete vast op €281,89, veroordeelt het college in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.