ECLI:NL:CRVB:2016:12
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nadere invulling en matiging boeteregime bij bijstandsontvangers met verborgen vermogen
Appellanten ontvingen vanaf eind 2012 bijstand, maar beschikten toen over meerdere bankrekeningen met een totaalvermogen boven de vrijlatingsgrens. Zij meldden dit niet aan het college, waardoor zij ten onrechte bijstand ontvingen. Het college trok de bijstand in en legde een boete op van €6.920,-, gelijk aan 100% van het benadelingsbedrag.
De rechtbank matigde de boete tot €3.420,-, uitgaande van 50% verwijtbaarheid. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellanten grove schuld kan worden verweten vanwege een ernstige, aan opzet grenzende nalatigheid. De Raad bevestigt dat appellanten de inlichtingenplicht hebben geschonden en dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken en teruggevorderd.
De Raad past het boetebesluit toe en houdt rekening met de financiële draagkracht van appellanten, die bijstand ontvingen en een beperkt aflossingsvermogen hadden. Daarom wordt de boete gematigd tot €2.510,-, berekend op basis van 18 maal 10% van de toepasselijke bijstandsnorm. Daarnaast veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De boete wordt gematigd van €6.920,- naar €2.510,- rekening houdend met grove schuld en financiële draagkracht.