ECLI:NL:CRVB:2019:2379
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet melden van derdenbijdragen
Appellant ontving bijstand vanaf februari 2010 op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam trok de bijstand in per 1 maart 2015 en vorderde terugbetaling van € 15.217,46 wegens het niet melden van contante geldbedragen die appellant van derden ontving.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant had verklaard tijdens een gesprek op 12 april 2016 contante bijdragen te ontvangen van leden van een stichting, die hij gebruikte als lening voor zijn levensonderhoud. Hij voerde aan dat hij niet aan deze verklaring gehouden kon worden vanwege het ontbreken van een tolk en verkeerde interpretatie van zijn antwoorden, maar dit verweer werd verworpen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant voldoende Nederlands spreekt en dat hij zonder voorbehoud zijn verklaring had ondertekend. Ook faalde zijn betoog dat hij recht had op aanvullende bijstand, omdat hij onvoldoende onderbouwde welke bedragen hij ontving en gebruikte. De bankafschriften boden geen duidelijkheid over contante geldstromen.
Het hoger beroep werd afgewezen en de intrekking van de bijstand bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering worden bevestigd omdat appellant niet meldde dat hij contante bijdragen van derden ontving.