ECLI:NL:CRVB:2019:2381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging kinderbijslag wegens niet-verzekering voor de Algemene Kinderbijslagwet na 18e verjaardag jongste kind
Appellant, woonachtig in Marokko, ontving kinderbijslag voor zes kinderen op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) beëindigde de kinderbijslag met ingang van het eerste kwartaal van 2016 omdat appellant vanaf 1 januari 2006 niet meer verzekerd was voor de AKW.
Volgens de overgangsregeling bleef het recht op kinderbijslag behouden zolang het jongste kind waarvoor op 31 december 1999 recht bestond, nog geen 18 jaar was. Het jongste kind werd in 2015 18 jaar, waarna de kinderbijslag werd stopgezet. Appellant stelde in hoger beroep dat hij nog steeds verzekerd was en zijn kinderen naar school gingen, maar dit verweer werd verworpen.
De Raad oordeelde dat op grond van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 en artikel 7c AKW appellant vanaf 1 januari 2006 niet meer verzekerd was, maar nog recht had op kinderbijslag zolang aan de voorwaarden werd voldaan. Nu het jongste kind 18 jaar werd, verviel dit recht en was de beëindiging terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de kinderbijslag terecht is beëindigd vanaf het eerste kwartaal van 2016.