ECLI:NL:CRVB:2019:241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante heeft zich ziekgemeld en een WIA-uitkering aangevraagd, welke door het UWV is geweigerd na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond verklaard, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen adequaat waren vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 9 december 2015.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende inzichtelijk was en dat ten onrechte geen urenbeperking was aangenomen, verwijzend naar een brief van een psychiater over een matig ernstige depressie. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat er geen nieuwe medische informatie is ingebracht en dat de FML en het oordeel van de verzekeringsartsen juist en voldoende gemotiveerd zijn.
De Raad concludeert dat de beperkingen van appellante niet zijn onderschat en dat zij in staat is om de aan haar toegerekende functies te vervullen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.