ECLI:NL:CRVB:2019:2414
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding kosten verzorging en verhuizing naar Israëlisch verzorgingshuis wegens gebrek aan medische noodzaak
Appellanten, erkend als vervolgingsslachtoffers met diverse klachten, verzochten om vergoeding van kosten voor opname en verzorging in een verzorgingshuis in Israël, alsmede verhuis- en herinrichtingskosten. Deze verzoeken werden door de Sociale Verzekeringsbank afgewezen omdat de voorzieningen niet medisch noodzakelijk werden geacht.
Na eerdere afwijzingen en bezwaarprocedures dienden appellanten opnieuw verzoeken in, onderbouwd met medische verklaringen van een psychiater. De Raad beoordeelde deze verzoeken als herzieningsverzoeken onder artikel 61, tweede lid, van de Wuv.
De Raad concludeerde dat de nieuwe feiten en gegevens onvoldoende waren om de eerdere besluiten te herzien. Medische adviezen van artsen Engelberg en Loonstein stelden geen medische noodzaak vast voor verhuizing. Ook de psychiater Joffe onderbouwde niet dat de verhuizing medisch noodzakelijk was vanwege vervolgingsgerelateerde klachten.
De Raad oordeelde dat de besluiten van de verweerder stand hielden en verklaarde de beroepen ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard wegens het ontbreken van medische noodzaak voor vergoeding van de kosten van verzorging en verhuizing.