ECLI:NL:CRVB:2019:2417
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na ongedaan maken blokkering vakantiegeld
Het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade trok de bijstand van appellant wegens detentie in per 12 mei 2017. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet was ondertekend en de gronden ontbraken. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn bezwaar betrekking had op de blokkering van de uitbetaling van het vakantiegeld, welke blokkering inmiddels ongedaan was gemaakt en het vakantiegeld was uitbetaald. Appellant vorderde vergoeding van de kosten die hij had gemaakt in bezwaar, beroep en hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het belang van appellant bij beoordeling van het bestreden besluit was komen te vervallen door de uitbetaling van het vakantiegeld. Daarnaast had appellant in de bezwaarfase geen verzoek tot vergoeding van kosten ingediend, waardoor vergoeding niet mogelijk was. Ook kan geen procesbelang worden ontleend aan een vordering tot vergoeding van proceskosten. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.