Uitspraak
17.6536 WIA
OVERWEGINGEN
WGA-loonaanvullingsuitkering toegekend.
WGA-loonaanvullingsuitkering met ingang van 17 april 2016 (datum in geding) beëindigd, omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is geacht.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, laatstelijk werkzaam als productiemedewerker, viel sinds 6 december 2010 uit wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 100%, gevolgd door een WGA-loonaanvullingsuitkering.
Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige werd de WGA-loonaanvullingsuitkering per 17 april 2016 beëindigd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen adequaat waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat er sprake was van psychische beperkingen die niet goed waren meegewogen, met name op het gebied van direct contact met collega’s. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe gronden bevatte en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De toegezegde aanvullende medische stukken werden niet overgelegd, waardoor geen aanleiding bestond het besluit te wijzigen.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en concludeerde dat de arbeidsongeschiktheid van appellant minder dan 35% bedraagt en dat de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering terecht is. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.