ECLI:NL:CRVB:2019:2488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellant, voormalig productiemedewerker in de vleesindustrie, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV beëindigde zijn ziekengelduitkering na medische beoordelingen waarin hij geschikt werd geacht voor zijn eigen werk.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de medische onderzoeken onvoldoende zorgvuldig waren en dat zijn psychische toestand onvoldoende was meegewogen. De Raad stelde vast dat de verzekeringsartsen de medische informatie zorgvuldig hadden betrokken en dat de psychische klachten niet ernstig genoeg waren om arbeidsongeschiktheid te rechtvaardigen.
De Raad concludeerde dat appellant per 1 februari 2016 en 14 juli 2016 geschikt was voor zijn eigen arbeid en bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank. Er was geen aanleiding om het hoger beroep toe te wijzen of proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellant geschikt is voor zijn eigen werk wordt bevestigd.