ECLI:NL:CRVB:2019:2531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-wonen op uitkeringsadres
Appellant ontving bijstand vanaf 17 november 2016. Het dagelijks bestuur van Werk en Inkomen Lekstroom trok de bijstand in per 10 augustus 2017 na een huisbezoek aan het uitkeringsadres.
Tijdens het huisbezoek bleek dat twee van de drie slaapkamers leeg waren en de derde vol met spullen stond, waaronder een matras tegen de muur en dozen met meubels. Er was weinig kleding aanwezig en de administratie en bankafschriften waren elders. De koelkast was nagenoeg leeg en de wasmachine werkte niet, wat in tegenspraak was met eerdere verklaringen van appellant.
De Raad concludeerde dat appellant niet het zwaartepunt van zijn persoonlijk leven op het uitkeringsadres had en verwierp het verweer dat de verklaring onjuist was door medicijngebruik. De intrekking van de bijstand werd bevestigd en er werd geen aanleiding gezien voor een kostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet-wonen op het uitkeringsadres wordt bevestigd.