Uitspraak
17.3773 WIA
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds 2006 arbeidsongeschikt en ontving een WGA-uitkering die in 2016 werd beëindigd omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. Het UWV baseerde dit op medisch en arbeidskundig onderzoek. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond vanwege een zorgvuldig en gemotiveerd medisch oordeel.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het onderzoek onvolledig was en dat onvoldoende rekening was gehouden met haar lichamelijke en psychische klachten, waaronder epilepsie en zwakbegaafdheid. Zij overlegde nieuwe medische informatie van specialisten uit Turkije. De Centrale Raad van Beroep volgde echter het oordeel van de rechtbank en het UWV dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en gemotiveerd.
De Raad oordeelde dat de nieuwe medische informatie geen aanleiding gaf tot twijfel aan de vastgestelde belastbaarheid. Ook de selectie van passende functies en de mogelijkheid tot het volgen van interne opleidingen werden als medisch passend beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering bevestigd.