Appellante, werkzaam als ziekenverzorgende, viel uit wegens psychische klachten en kreeg een WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 44,11%. Het UWV verklaarde haar bezwaar tegen dit besluit ongegrond. De rechtbank Limburg bevestigde dit oordeel na zorgvuldige beoordeling van medische rapporten en arbeidskundige analyses.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was en dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was. Zij verwees naar een psychiatrisch en psychologisch rapport en stelde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onjuist was vastgesteld. De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater die concludeerde dat de klachten mogelijk nog kunnen verbeteren, maar herstel op korte termijn niet verwacht wordt. De deskundige vond dat de beperkingen in de FML grotendeels juist waren, met een aanvullende beperking in het hanteren van emotionele problemen van anderen.
De verzekeringsarts wijzigde daarop de FML met een extra beperking. De arbeidsdeskundige motiveerde dat de geselecteerde functies passend zijn binnen de belastbaarheid. Hoewel het bestreden besluit aanvankelijk niet deugdelijk gemotiveerd was, werd dit gebrek gepasseerd omdat het niet tot benadeling leidde en eenzelfde besluit zou zijn genomen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.