ECLI:NL:CRVB:2019:2556
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, voormalig maatschappelijk werker, viel uit wegens ziekte en ontving een WIA-uitkering. Het UWV stelde na onderzoek een vermindering van arbeidsongeschiktheid vast, waardoor de uitkering werd beëindigd. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij de verzekeringsarts bezwaar en beroep alle relevante medische informatie, waaronder CVS-klachten en longrevalidatiegegevens, heeft meegewogen. De rechtbank vond geen aanleiding voor aanvullend onderzoek of een zwaardere beperking.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. Er was geen nieuwe medische informatie aangeleverd en de objectieve metingen uit de longrevalidatie werden terecht gebruikt. Ook werd erkend dat de beperkingen passend waren en dat het dagverhaal van appellant niet onjuist was.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde de eerdere uitspraak, waarmee het besluit van het UWV om de WIA-uitkering te beëindigen in stand bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het bezwaar en het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering.