ECLI:NL:CRVB:2019:2562

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 augustus 2019
Publicatiedatum
1 augustus 2019
Zaaknummer
18/5408 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:2 AwbArt. 4:5 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging buiten behandeling stelling WAO-aanvraag wegens onvoldoende gegevens

Appellant heeft een WAO-uitkering aangevraagd en verklaard in Nederland te hebben gewerkt en ziek te zijn geworden. Het UWV heeft appellant verzocht om diverse documenten, waaronder identiteitsbewijs en arbeidsovereenkomsten, maar appellant kon slechts een inschrijvingsbewijs van een regionaal ziekenfonds overleggen. Het UWV stelde de aanvraag daarop buiten behandeling omdat niet voldaan was aan de voorschriften voor een volledige aanvraag.

De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht de aanvraag niet in behandeling had genomen, omdat appellant niet de benodigde gegevens kon overleggen ondanks de geboden aanvultermijn. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, maar bracht geen nieuwe feiten of gronden in.

De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde dat het UWV zonder de gevraagde documenten niet kan beoordelen of appellant recht heeft op de uitkering. Het hoger beroep werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld wegens onvoldoende gegevens.

Uitspraak

18.5408 WAO

Datum uitspraak: 1 augustus 2019
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 31 augustus 2018, 18/2751 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 juni 2019. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Sluijs.

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellant heeft bij brief van 28 augustus 2017 een uitkering op grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) aangevraagd. Hij stelt in Nederland te hebben gewerkt en toen ziek te zijn geworden. Het Uwv heeft appellant bij brief van 12 september 2017 verzocht kopieën van documenten toe zenden, waaronder een identiteitsbewijs, bewijs van afgifte van BSN-/Sofinummer, arbeidsovereenkomsten, loonspecificaties, jaaropgaven en medische rapporten. Appellant heeft slechts een kopie van bewijs van inschrijving bij de Stichting Regionaal Ziekenfonds Midden-Nederland van 31 augustus 1992 overgelegd. Appellant stelt dat hij alle andere documenten is kwijtgeraakt toen hij van Nederland naar Marokko verhuisde.
1.2.
Bij besluit van 21 november 2017 heeft het Uwv de aanvraag van appellant buiten behandeling gesteld op de grond dat appellant niet heeft voldaan aan de geldende voorschriften om de aanvraag in behandeling te nemen.
1.3.
Bij besluit van 2 maart 2018 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 21 november 2017 ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat op grond van artikel 4:2, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de aanvrager de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen, verschaft. Op grond van artikel 4:5, eerste lid en onder c, van de Awb kan een bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen. De rechtbank heeft geoordeeld dat het Uwv niet over voldoende gegevens beschikte om tot behandeling en beoordeling over te gaan en dat appellant een termijn is geboden om de aanvraag compleet te maken. Dat appellant niet over de gevraagde documenten beschikt, komt voor zijn rekening en risico. De WAO-aanvraag is terecht buiten behandeling gelaten.
3.1.
Appellant heeft in hoger beroep herhaald dat hij in Nederland heeft gewerkt en ziek is geworden. Hij stelt recht te hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering.
3.2.
Het Uwv heeft gevraagd om bevestiging van de aangevallen uitspraak.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het Uwv terecht de aanvraag van appellant buiten behandeling heeft gelaten omdat appellant onvoldoende gegevens heeft overgelegd. Zonder deze gegevens kan het Uwv niet beoordelen of appellant recht heeft op de gevraagde WAO-uitkering. Appellant is in de gelegenheid gesteld om de benodigde stukken alsnog in te dienen. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het voor rekening en risico van appellant komt dat hij kennelijk niet meer over de gevraagde gegevens beschikt. Appellant heeft in hoger beroep geen nieuwe gronden ingediend. De overwegingen in de aangevallen uitspraak worden volledig onderschreven.
5. Uit hetgeen is overwogen in 4.1 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van J. Smolders als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2019.
(getekend) D. Hardonk-Prins
(getekend) J. Smolders

OS