ECLI:NL:CRVB:2019:2562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling WAO-aanvraag wegens onvoldoende gegevens
Appellant heeft een WAO-uitkering aangevraagd en verklaard in Nederland te hebben gewerkt en ziek te zijn geworden. Het UWV heeft appellant verzocht om diverse documenten, waaronder identiteitsbewijs en arbeidsovereenkomsten, maar appellant kon slechts een inschrijvingsbewijs van een regionaal ziekenfonds overleggen. Het UWV stelde de aanvraag daarop buiten behandeling omdat niet voldaan was aan de voorschriften voor een volledige aanvraag.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht de aanvraag niet in behandeling had genomen, omdat appellant niet de benodigde gegevens kon overleggen ondanks de geboden aanvultermijn. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, maar bracht geen nieuwe feiten of gronden in.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde dat het UWV zonder de gevraagde documenten niet kan beoordelen of appellant recht heeft op de uitkering. Het hoger beroep werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld wegens onvoldoende gegevens.