ECLI:NL:CRVB:2019:2568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Werkneemster viel sinds 7 februari 2011 uit wegens psychische klachten en ontving een loongerelateerde WGA-uitkering vanaf 16 januari 2013. Het UWV stelde op 4 maart 2015 dat haar arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was en weigerde een IVA-uitkering. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel, maar appellante ging in hoger beroep.
De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater als deskundige die concludeerde dat werkneemster een ernstige psychiatrische aandoening heeft met een chronisch en fluctuerend beloop, waarbij ook in remissieperioden wezenlijke beperkingen blijven bestaan. De verzekeringsartsen hadden onvoldoende rekening gehouden met eerdere informatie van de behandelend psychiater die duidde op duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.
De Raad volgt het deskundigenrapport en oordeelt dat werkneemster vanaf 4 maart 2015 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, waardoor zij recht heeft op een IVA-uitkering. Het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Werkneemster heeft met ingang van 4 maart 2015 recht op een IVA-uitkering wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.