ECLI:NL:CRVB:2019:2578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde militair invaliditeitspensioen wegens niet tijdige melding samenwoning
Appellant ontvangt een militair invaliditeitspensioen (mip) en een militair ouderdomspensioen. Na zijn scheiding en het aangaan van een nieuwe samenwoning met een partner die zelfstandig AOW-recht heeft, werd vastgesteld dat appellant ten onrechte mip ontving over de periode van 1 augustus 2016 tot 1 augustus 2017.
De staatssecretaris heeft het teveel betaalde bedrag van € 5.749,08 bruto teruggevorderd omdat appellant zijn samenwoning niet rechtstreeks aan de staatssecretaris had gemeld, maar slechts kennelijk aan de Sociale Verzekeringsbank (Svb). De zesmaandenjurisprudentie, die terugvordering beperkt na zes maanden, is niet van toepassing omdat de staatssecretaris pas op 8 augustus 2017 van appellant de melding ontving.
Appellant voerde aan dat hij tijdig aan de Svb had gemeld en dat de informatie automatisch bij de staatssecretaris terecht zou komen, maar de Raad volgt de staatssecretaris in het standpunt dat de melding rechtstreeks aan hem had moeten plaatsvinden. De Raad bevestigt het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De terugvordering van het teveel betaalde militair invaliditeitspensioen wordt bevestigd omdat appellant zijn samenwoning niet tijdig aan de staatssecretaris heeft gemeld.