Uitspraak
17.6304 AOW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene vroeg in april 2011 een AOW-pensioen aan en gaf daarbij het inkomen van zijn echtgenote als gastouder op, maar niet haar inkomsten uit dienstbetrekking bij een werkgever. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende een toeslag toe waarbij ook het hogere inkomen werd meegewogen, wat leidde tot een te lage toeslag. Betrokkene maakte geen bezwaar tegen het toekenningsbesluit.
Later herzag de Svb de toeslag en betaalde een nabetaling uit. Betrokkene vorderde vervolgens schadevergoeding wegens fiscale en toeslagenschade, maar de Svb wees dit af omdat betrokkene zijn mededelingsplicht had geschonden door niet tijdig de wijziging van het inkomen door te geven.
De rechtbank gaf betrokkene gelijk en oordeelde dat de Svb onzorgvuldig had gehandeld. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak echter en stelt dat betrokkene uit de bij het besluit gevoegde berekening had kunnen afleiden dat het inkomen te hoog was ingeschat en dat hij de Svb had moeten informeren. Hierdoor is de schade niet aan de Svb toe te rekenen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.