Uitspraak
17.5858 WIA
OVERWEGINGEN
WGA-loonaanvullingsuitkering.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, laatstelijk werkzaam als administratief medewerker, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten en ontving een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100%. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd dit percentage vastgesteld op 48,38%, gebaseerd op een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en geselecteerde passende functies.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen niet juist waren vastgesteld en dat een verdere urenbeperking noodzakelijk was. Ook stelde zij dat niet alle geselecteerde functies passend waren. De Raad oordeelt dat de medische rapporten juist en overtuigend zijn en dat appellante geen aanvullende medische gegevens heeft overgelegd die een verdere beperking rechtvaardigen.
Hoewel een van de geselecteerde functies (huishoudelijk medewerker gebouwen) vervalt vanwege een te hoge werktijd, heeft dit geen invloed op het arbeidsongeschiktheidspercentage. De overige functies zijn medisch passend. De Raad bevestigt daarom het besluit van het UWV en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het arbeidsongeschiktheidspercentage van 48,38% en verklaart het hoger beroep ongegrond.