Uitspraak
18.5732 AW, 18/5758 AW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- bepaalt dat van het college een griffierecht van € 508,- wordt geheven.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene had bezwaar gemaakt tegen de wijze waarop het college de marktrente voor zijn hypothecaire personeelslening had vastgesteld, na wijziging van de fiscale regelgeving per 1 januari 2016. Het college had bij brieven van 17 november 2016 het rentevoordeel kenbaar gemaakt, maar geen inhoudingen verricht. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het geen besluit zou betreffen.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de brieven geen besluiten zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), maar dat betrokkene bezwaar kan maken tegen de daadwerkelijke inhouding loonbelasting bij de inspecteur. Het college stuurde het bezwaar door naar de inspecteur, die aangaf niet bevoegd te zijn het bezwaar te behandelen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de brieven geen besluiten zijn en dat bezwaar tegen de inhouding bij de inspecteur moet worden gemaakt. De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de aangevallen uitspraak. Tevens wordt het verzoek om een dwangsom afgewezen omdat het college geen dwangsom verschuldigd is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd; bezwaar tegen inhouding moet bij de inspecteur worden gemaakt.