ECLI:NL:CRVB:2019:2656

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 augustus 2019
Publicatiedatum
8 augustus 2019
Zaaknummer
19/1657 AOW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht

Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) van 1 maart 2019. De Centrale Raad van Beroep heeft appellant bij brief en aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €47,- en de betalingstermijnen.

Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. Op basis van de beschikbare gegevens kan niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en besluit zonder inhoudelijke behandeling van het beroep. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven, op 8 augustus 2019.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

Datum uitspraak: 8 augustus 2019
19/1657 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het geding tussen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.H. Weermeijer beroep ingesteld tegen het besluit van de Svb van 1 maart 2019, kenmerk VZ-1629809-0.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven.
Bij brief van 8 mei 2019 is de gemachtigde van appellant erop gewezen dat een griffierecht van € 47,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de bankrekening van de Centrale Raad van Beroep moet zijn bijgeschreven.
Bij aangetekende brief van 8 juni 2019 is de gemachtigde van appellant nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief dient te zijn bijgeschreven op de in die brief genoemde bankrekening dan wel contant moet zijn betaald op het bezoekadres van de Raad. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, appellant er rekening mee moet houden dat het (hoger) beroep niet inhoudelijk behandeld zal worden.
Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.
Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van
D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
8 augustus 2019.
(getekend) M.M. van der Kade
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
md