ECLI:NL:CRVB:2019:2683
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde WGA-uitkering en vaststelling arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als tankoperator, vroeg een WIA-uitkering aan vanwege lichamelijke en psychische klachten. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 51,69%, later herzien naar 57,06%. Na melding van verslechtering per 10 juni 2017 werd een herbeoordeling uitgevoerd, waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 61,34%.
Appellante betwistte de juistheid van de medische beoordeling en stelde dat haar psychische en lichamelijke beperkingen werden onderschat, met name op het gebied van agorafobie, sociale fobie, PTSS en ADHD. De verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige beoordeelden de beperkingen en stelden dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) correct was opgesteld en dat de geduide functies passend waren.
De rechtbanken verklaarden de beroepen van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen adequaat waren meegenomen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze oordelen, bevestigde de aangevallen uitspraken en concludeerde dat er geen aanleiding was om de medische beoordelingen te herzien of de geschiktheid van de functies in twijfel te trekken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken worden bevestigd.