ECLI:NL:CRVB:2019:2687

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 juli 2019
Publicatiedatum
12 augustus 2019
Zaaknummer
17/2126 PW-R
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rectificatie van uitspraak Centrale Raad van Beroep inzake proceskosten en griffierecht

De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat in de uitspraak van 23 april 2019 een kennelijke fout is gemaakt doordat ten onrechte geen proceskostenveroordeling en griffierechtbepaling zijn opgenomen. Na het vaststellen van deze fout heeft de Raad partijen de gelegenheid gegeven zich schriftelijk uit te laten over het voornemen tot rectificatie.

In de rectificatie is bepaald dat het college van burgemeester en wethouders van Hengelo wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de betrokkenen, een bedrag van € 1.024,-, en dat het college tevens een griffierecht van € 501,- moet betalen. Deze correctie wordt vastgelegd in een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak.

De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl, waarbij de oorspronkelijke uitspraak wordt verwijderd. Het ECLI-nummer blijft ongewijzigd. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 juli 2019, in het openbaar, onder voorzitterschap van M. Schoneveld en met P.W. van Straalen en J.L. Boxum als leden.

Uitkomst: De uitspraak van 23 april 2019 wordt gecorrigeerd door toevoeging van een proceskostenveroordeling en griffierechtbepaling ten laste van het college van burgemeester en wethouders van Hengelo.

Uitspraak

17/2126 PW, 17/2127 PW-R
Datum uitspraak: 3 juli 2019
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 23 april 2019, 17/2126 PW en 17/2127 PW
Partijen:
het college van burgemeester en wethouders van Hengelo (college)
[betrokkene 1] (betrokkene 1) en [betrokkene 2] (betrokkene 2), beiden te [woonplaats]
PROCESVERLOOP
De Raad heeft bij brief van 9 mei 2019 aangegeven aan partijen dat is vastgesteld dat de uitspraak van 23 april 2019, 17/2126 PW en 17/2127 PW, een kennelijke fout bevat, met dien verstande dat ten onrechte geen proceskostenveroordeling en griffierechtbepaling in de uitspraak is opgenomen.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over het voornemen van de Raad om de uitspraak te verbeteren.

OVERWEGINGEN

1. De Raad heeft vastgesteld dat ten onterechte geen proceskostenveroordeling en griffierechtbepaling in de beslissing van de uitspraak van de Raad van 23 april 2019 is opgenomen.
2. De Raad zal de onder 1 vermelde beslissing herstellen door de uitspraak van 23 april 2019 te rectificeren. Zodoende bepaalt de Raad dat het college wordt veroordeeld in de kosten van betrokkenen tot een bedrag van € 1.024,- en dat van het college een griffierecht van € 501,- wordt geheven.
3. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl en de oorspronkelijke uitspraak zal daaruit worden verwijderd. Het ECLI-nummer van de gerectificeerde uitspraak zal gelijk zijn aan dat van de oorspronkelijke uitspraak.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 23 april 2019 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door M. Schoneveld als voorzitter en P.W. van Straalen en
J.L. Boxum als leden, in tegenwoordigheid van S.A. de Graaff als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2019.
(getekend) M. Schoneveld
De griffier is verhinderd te ondertekenen
md