ECLI:NL:CRVB:2019:2736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing Sociaal Beleidskader Defensie 2012 bij ontslag wegens overtolligheid bevestigd
Appellant was sinds 1984 werkzaam bij het Ministerie van Defensie en kreeg in 2013 een tijdelijke functie toegewezen die in 2015 zou worden opgeheven. Bij besluiten in 2015 werd hij aangewezen als herplaatsingskandidaat conform het Sociaal Beleidskader Defensie 2012 (SBK 2012). Tegen deze aanwijzingsbesluiten maakte appellant geen bezwaar.
In 2017 werd appellant eervol ontslagen wegens overtolligheid met toepassing van het SBK 2012. Appellant betwistte de toepassing van het SBK 2012 en stelde dat het SBK 2004 van toepassing had moeten zijn. De staatssecretaris wees het bezwaar af, waarna de rechtbank het besluit vernietigde wegens een motiveringsgebrek en het verzoek van appellant alsnog afwees.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bezwaar tegen het ontslagbesluit geen verzoek om terugkomst van een eerder besluit is en dat het motiveringsgebrek kan worden gepasseerd. Omdat appellant geen tijdig bezwaar had gemaakt tegen de eerdere aanwijzingsbesluiten, staan deze in rechte vast en geldt het SBK 2012 ook voor het ontslag. Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, behoudens de beslissing over het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het ontslagbesluit wordt ongegrond verklaard en het SBK 2012 blijft van toepassing.