ECLI:NL:CRVB:2019:2745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- M. Hillen
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar intrekking bijstand en handhaving terugvordering en boete wegens niet gemelde drugshandel
De zaak betreft het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg over de intrekking van bijstand aan appellante en de terugvordering van kosten en boete die het college van burgemeester en wethouders van Heerlen heeft opgelegd.
Het college had het bezwaar tegen de intrekking van de bijstand niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaarperiode. De rechtbank had dit oordeel bevestigd, stellende dat de nalatigheid van de bewindvoerder voor rekening van appellante komt. De Centrale Raad van Beroep sluit zich hierbij aan.
Daarnaast is vastgesteld dat appellante de inlichtingenplicht heeft geschonden door haar handel in drugs niet te melden. De rechtbank achtte het politieonderzoek en de verklaring van appellante voldoende overtuigend om de intrekking van de bijstand en de terugvordering over de periode van september 2014 tot juli 2015 te rechtvaardigen. De boete is gematigd tot €951,46 rekening houdend met haar draagkracht.
Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat de terugvordering onacceptabele financiële gevolgen heeft gehad of haar sociale leven heeft ontwricht. De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van de bijstand wordt niet-ontvankelijk verklaard en de terugvordering en boete worden gehandhaafd.