ECLI:NL:CRVB:2019:2763
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-ingezetenschap op opgegeven adres
Appellante had bij de gemeente Almere algemene en bijzondere bijstand ontvangen. Het college van burgemeester en wethouders besloot deze bijstand in te trekken over de periode van 27 september 2016 tot en met 6 februari 2017, omdat appellante niet woonde op het opgegeven adres in Almere, maar bij haar moeder in Amsterdam.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze intrekking. Uit de feiten bleek dat het centrum van het maatschappelijk leven van appellante zich in Amsterdam bevond: haar kinderen gingen daar naar school, medische zorg werd daar ontvangen en de meeste dagelijkse transacties vonden daar plaats. De woning in Almere was nog niet ingericht en er waren duidelijke aanwijzingen dat zij daar nog niet woonde.
Hoewel appellante aangaf dat zij al huur betaalde en de intentie had om in Almere te gaan wonen, leidde dit niet tot een ander oordeel. Ook verklaringen van buren ondersteunden dat zij niet daadwerkelijk in Almere woonde. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van algemene en bijzondere bijstand wordt bevestigd omdat appellante niet woonde op het opgegeven adres.