ECLI:NL:CRVB:2019:2764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldige herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als afdelingsassistent en meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 100%. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat zij belastbaar was met een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%, waarop het UWV haar uitkering beëindigde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en het UWV voldoende had gemotiveerd waarom de geselecteerde functies passend waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat, maar overlegd rapport was niet relevant voor de datum in geding en ontbrak de medische onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de beëindiging van de WGA-uitkering. Er was geen aanleiding om het medisch en arbeidskundig onderzoek in twijfel te trekken. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de WGA-uitkering terecht heeft beëindigd wegens een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%.