ECLI:NL:CRVB:2019:2794
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering ondanks Free Running Rythm Disorder
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan, die door het UWV werd afgewezen omdat zij in staat werd geacht meer dan 75% van het minimumloon te verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de medische beoordeling zorgvuldig was en rekening hield met haar klachten.
In hoger beroep stelde appellante dat haar Free Running Rythm Disorder onvoldoende was meegewogen, met name haar ernstige slaapproblemen en vermoeidheid. De Raad benoemde een deskundige voor een slaaponderzoek, maar appellante weigerde te verschijnen zonder medische verklaring.
De Raad trok hieruit de conclusie dat de twijfel niet in haar voordeel kon worden uitgelegd en baseerde de beoordeling op de bestaande medische gegevens. De verzekeringsarts had de beperkingen reeds vastgesteld en zag geen medische grond voor aanvullende beperkingen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.