ECLI:NL:CRVB:2019:29
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verrekening nabetaling eindejaarsuitkering bij bijstand op grond van de Participatiewet
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet en heeft een dienstverband gehad bij een zorginstelling. Na beëindiging van de arbeidsovereenkomst ontving appellant een nabetaling bestaande uit vakantiegeld, eindejaarsuitkering en uitbetaling van niet opgenomen vakantiedagen. Het college bracht deze nabetaling in mindering op de bijstand over een periode van meer dan zes maanden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college niet bevoegd was de nabetaling van de eindejaarsuitkering over de periode van januari tot en met april 2016 te verrekenen, omdat dit de wettelijke termijn van zes maanden overschrijdt. Het college moet daarom het besluit herzien en een nieuwe berekening maken.
Verder oordeelt de Raad dat het college wel bevoegd is om de nabetaling over de maanden december 2016 en januari 2017 te verrekenen, zoals bepaald in artikel 58, vierde lid, van de Participatiewet. Het verzoek van appellant tot vergoeding van wettelijke rente wordt afgewezen vanwege noodzakelijke nadere besluitvorming.
Tot slot veroordeelt de Raad het college tot vergoeding van de proceskosten van appellant en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het college moet de verrekening van de nabetaling eindejaarsuitkering herberekenen en opnieuw besluiten binnen de wettelijke termijn van zes maanden.