Uitspraak
21.617 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, gemachtigde van X, maakte bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Stein waarin een toegekende proceskostenvergoeding aan X werd verrekend met een openstaande schuld van X aan het college. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant geen rechtstreeks belanghebbende was bij dat besluit.
De rechtbank Limburg oordeelde eveneens dat appellant slechts een afgeleid belang had en geen zelfstandig eigen belang bij het besluit. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep en wijst het beroep af. De Raad overweegt dat de rechtsgevolgen van het verrekeningsbesluit niet op appellant zien, ondanks zijn contractuele relatie als gemachtigde van X.
Daarnaast verzocht appellant om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad stelt vast dat de totale duur van de procedure binnen de redelijke termijn van vier jaar is gebleven en wijst dit verzoek af. Er is ook geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen zelfstandig belanghebbende is bij het verrekeningsbesluit.