ECLI:NL:CRVB:2019:2905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante heeft zich ziek gemeld met psychische en lichamelijke klachten en verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV heeft na medisch en arbeidskundig onderzoek vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid op 5 augustus 2016 minder dan 35% bedroeg en heeft daarom de WIA-uitkering geweigerd.
Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze beslissing, stellende dat het medisch onderzoek onvolledig en onzorgvuldig was en dat de geselecteerde functies fysiek te zwaar waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en de beperkingen juist had vastgesteld.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank. De Raad oordeelt dat het UWV zorgvuldig medisch onderzoek heeft verricht, de beperkingen adequaat heeft gemotiveerd en dat er geen aanleiding is voor een onafhankelijke deskundige. Ook de geschiktheid van de functies is voldoende onderbouwd. Het hoger beroep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.