ECLI:NL:CRVB:2019:2956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en ongegrondverklaring beroep WIA-uitkering vanwege juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig productiemedewerkster en thuiszorgmedewerkster, verzocht om een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid vanaf 27 september 2014. Het UWV weigerde deze uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar stelde vast dat een brief met belangrijke stukken niet aan appellante was toegezonden, waardoor het hoor en wederhoor-beginsel werd geschonden.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, maar besloot de zaak zonder terugwijzing af te doen. Uit het medisch en arbeidskundig onderzoek blijkt dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld en dat de vastgestelde beperkingen en geselecteerde functies passend zijn. Appellante kon onvoldoende aantonen dat haar beperkingen zwaarder waren dan vastgesteld.
De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd wegens procedurele tekortkomingen.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak vernietigd wegens schending hoor en wederhoor.