ECLI:NL:CRVB:2019:296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate arbeidsongeschiktheid WGA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, werkzaam als docent wiskunde, meldde zich ziek met depressieve klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na onderzoek een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op en berekende een arbeidsongeschiktheid van 50,72%. Appellant maakte bezwaar en bracht een behandelplan in. Een psychiatrische expertise concludeerde dat er geen ernstige stoornis was en slechts lichte symptomen.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep paste de FML aan, maar de mate van arbeidsongeschiktheid bleef ongewijzigd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de belastbaarheid passend was vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen over onderschatte beperkingen, maar de Raad volgde het oordeel van de rechtbank. De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het onderzoek of de juistheid van de conclusies, en bevestigde dat het UWV de belastbaarheid op een deugdelijke medische grondslag had vastgesteld.
De Raad concludeerde dat de functies waarop de schatting is gebaseerd medisch geschikt zijn en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant juist is vastgesteld op 50,72%.