ECLI:NL:CRVB:2020:1324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde voortzetting WGA-vervolguitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, voormalig docent wiskunde, meldde zich ziek met depressieve klachten en ontving een loongerelateerde WGA-uitkering. Na afloop daarvan kende het UWV hem een WGA-vervolguitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45-55%.
Na een herbeoordeling stelde een verzekeringsarts beperkingen vast, vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), en een arbeidsdeskundige berekende de mate van arbeidsongeschiktheid op 51,43%. Het UWV besloot de uitkering ongewijzigd voort te zetten, maar wijzigde later het arbeidsongeschiktheidspercentage naar 54,15%, zonder wijziging van de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat het UWV voldoende gemotiveerd had dat de geselecteerde functies medisch passend waren. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn klachten aanhielden en hij niet kon terugkeren naar werk.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat de beperkingen en functies juist waren vastgesteld. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ongewijzigde voortzetting van de WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 54,15%.