ECLI:NL:CRVB:2019:2981
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onderschatting medische situatie en onjuiste arbeidsduurbeoordeling
Appellante was langdurig ziek en ontving diverse uitkeringen, waaronder op grond van de Ziektewet en Werkloosheidswet. Het UWV stelde dat zij geschikt was om acht uur per dag te werken, ondanks haar klachten en aandoeningen zoals Ehlers-Danlos Syndroom (EDS) en gevolgen van een gastric bypass-operatie.
De rechtbank oordeelde eerder dat er geen aanleiding was voor een urenbeperking, maar in hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen groter waren dan door het UWV aangenomen. De Raad liet een onafhankelijke deskundige onderzoeken, die concludeerde dat appellante duidelijke beperkingen had en niet acht uur per dag kon werken.
De Raad volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat het UWV de medische situatie had onderschat. Het bestreden besluit werd vernietigd en het UWV werd opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van het oordeel van de Raad. Tevens werd bepaald dat tegen de nieuwe beslissing alleen beroep bij de Raad mogelijk is.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen opnieuw te beslissen met aangepaste beperkingen.