ECLI:NL:CRVB:2019:2994
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing IVA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Werkneemster viel in juni 2011 uit en kreeg in juni 2013 een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 100%. Een verzekeringsarts concludeerde dat er nog revalidatiemogelijkheden waren die haar belastbaarheid konden verbeteren.
In juli 2015 verzocht appellante om herbeoordeling en toekenning van een IVA-uitkering wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid. Het UWV wees dit af omdat er nog behandelmogelijkheden waren, wat werd bevestigd door een verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante in hoger beroep stelde dat verbetering niet te verwachten was en verwees naar de latere toekenning van een IVA-uitkering per augustus 2018. De Raad oordeelde dat de medische situatie in 2015 nog verbetering toeliet, mede omdat werkneemster afzag van het revalidatieprogramma.
De Raad bevestigde dat de arbeidsongeschiktheid op de datum in geding niet duurzaam was en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de IVA-uitkering terecht niet is toegekend omdat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was.