ECLI:NL:CRVB:2019:3004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Doorlopend recht op WIA-uitkering vastgesteld op 58,25% arbeidsongeschiktheid
Appellant werd arbeidsongeschikt na een knieoperatie en een verkeersongeval met whiplash. Aanvankelijk werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 100%, later bij herbeoordeling op 58,6%. Het Uwv beëindigde de uitkering in 2014 op basis van een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep.
De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige die een aangepast Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adviseerde, waarop het Uwv in 2019 een nieuw besluit nam dat het recht op WIA-uitkering bevestigde met een mate van arbeidsongeschiktheid van 58,25%. Appellant voerde aan dat er meer beperkingen zijn, met name door mentale inspanning en oogproblemen.
De deskundige en verzekeringsarts handhaafden echter dat de beperkingen adequaat waren verwerkt in de FML en dat de voorbeeldfuncties passend zijn. De Raad volgt deze gemotiveerde medische beoordeling en vernietigt het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond en veroordeelt het Uwv in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 18 juni 2014 wordt gegrond verklaard en dit besluit vernietigd; het beroep tegen het besluit van 7 maart 2019 wordt ongegrond verklaard.