ECLI:NL:CRVB:2019:3006
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 65-80% arbeidsongeschiktheid per 15 januari 2014
Appellant, die sinds 2001 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt is, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 80% of meer. Deze werd later herzien naar 55-65%. Na een ziekmelding in 2011 en een daaropvolgende Ziektewet-uitkering vroeg appellant in 2013 herbeoordeling aan. Het Uwv herzag de WAO-uitkering per 12 maart 2013 naar 65-80% arbeidsongeschiktheid.
Appellant maakte bezwaar en kreeg deels gelijk, maar het beroep tegen het besluit van 11 juli 2014 (herziening per 15 januari 2014) werd door de rechtbank afgewezen. Appellant ging in hoger beroep tegen deze afwijzing en stelde dat de medische beoordeling onjuist was en dat hij meer beperkingen had dan aangenomen.
De Raad benoemde twee onafhankelijke deskundigen die aanvullend onderzoek deden. Psychiater Scheepens concludeerde dat appellant meer beperkingen heeft dan eerder vastgesteld, mede door een narcistische persoonlijkheidsstoornis en chronische depressie. Verzekeringsarts Brouwer paste de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) aan met extra beperkingen. De Raad oordeelde dat de aangepaste FML en de geselecteerde voorbeeldfuncties de belastbaarheid van appellant niet overschrijden.
De Raad bevestigde het bestreden besluit 3 en oordeelde dat de schending van motiveringsvereisten niet tot benadeling leidde. Het Uwv werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan door J.P.M. Zeijen op 18 september 2019.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 65-80% arbeidsongeschiktheid per 15 januari 2014 wordt bevestigd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.