ECLI:NL:CRVB:2019:3036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling bevestigd
Appellant, werkzaam als teamassistent, viel uit wegens psychische en lichamelijke klachten en ontving een WIA-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 8 december 2015 omdat de arbeidsongeschiktheid onder de 35% was vastgesteld na een herbeoordeling met medisch en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de geselecteerde functies passend waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de beperkingen onvoldoende waren erkend en dat de arbeidskundige beoordeling onjuist was, maar leverde geen nieuwe medische gegevens aan.
De Raad stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de brief van de psychiater geen nieuwe gegevens bevatte. De arbeidsdeskundige onderbouwing, hoewel pas in hoger beroep ingediend, was voldoende om de functies passend te verklaren. De Raad concludeerde dat het besluit tot beëindiging van de uitkering terecht was genomen.
Wel werd geoordeeld dat het besluit op grond van artikel 7:12 Awb Pro ondeugdelijk was gemotiveerd omdat de arbeidskundige onderbouwing pas in hoger beroep kwam, maar dit gebrek werd gepasseerd omdat belanghebbenden niet werden benadeeld. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 8 december 2015 en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant.