ECLI:NL:CRVB:2019:3063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in AOW-uitkering afgewezen
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een AOW-uitkering, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. De termijn voor het instellen van hoger beroep was verstreken op 31 juli 2018, terwijl het beroepschrift pas op 14 december 2018 werd ontvangen.
Appellant stelde in verzet dat hij de aangevallen uitspraak laat had ontvangen, waardoor hij niet tijdig kon reageren. De Raad heeft dit betoog onderzocht maar vond dat appellant geen concrete feiten of bewijsstukken had overgelegd die konden aantonen dat hij niet in verzuim was. De late ontvangst van de uitspraak werd niet concreet gemaakt.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 september 2019, in aanwezigheid van griffier L.R. Daman.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.