ECLI:NL:CRVB:2019:3068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om terug te komen van WAO-besluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft in het verleden een WAO-uitkering ontvangen, die vanaf 7 maart 1984 werd stopgezet wegens het niet voldoen aan oproepen voor medisch onderzoek. Op 20 november 1989 is het besluit genomen om de uitkering vanaf 28 november 1988 weer uit te betalen, een besluit dat in rechte vaststaat.
In 2017 verzocht appellant opnieuw om terug te komen van dit besluit, stellende dat er een periode van enkele jaren was waarin geen uitkering werd betaald en dat hij bereid was gegevens te verstrekken. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de aangevoerde feiten reeds bekend waren bij het eerdere besluit en dat het verzoek daarom terecht is afgewezen. Tevens is geen sprake van evident onredelijkheid van het besluit.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen van het besluit van 20 november 1989 wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.